Geld & belastingen
Kilometervergoeding berekenen
Rijdt u voor het werk met uw eigen wagen, of fietst u naar kantoor? Beide leveren een vergoeding op, maar met heel andere bedragen en regels — en bij de fiets is uw werkgever zelfs verplicht te betalen.
Welk vervoermiddel
Alleen verplaatsingen in opdracht van uw werkgever. Woon-werkverkeer met de auto valt onder een andere regeling.
Uw sector of werkgever kan een lager bedrag hanteren. Hoger mag ook, maar dan is het surplus belastbaar.
De bestuurder mag zijn vergoeding met de helft verhogen. Meereizende collega's krijgen niets.
In kilometer, één richting. De vergoeding geldt voor heen en terug, met een maximum van 40 km per dag.
Een voltijdse werknemer haalt ongeveer 200 werkdagen, vakantie en ziekte afgetrokken.
Veel paritaire comités hanteren een eigen, vaak hoger bedrag. Dat gaat voor op cao 164.
Vergoeding per jaar
—
Twee vergoedingen die vaak verward worden
Het onderscheid dat de meeste misverstanden veroorzaakt: een dienstverplaatsing is een rit in opdracht van uw werkgever — naar een klant, een werf, een andere vestiging. Die vergoeding is een terugbetaling van kosten die eigenlijk de werkgever toekomen, en is daarom volledig vrij van belasting én RSZ, zolang het forfait niet overschreden wordt.
Woon-werkverkeer is iets anders: dat is uw eigen verplaatsing naar kantoor. Daarvoor gelden andere regels, en met de auto is uw werkgever niet automatisch verplicht tussen te komen.
De auto: twee forfaits naast elkaar
Er bestaan twee systemen die de fiscus en de RSZ allebei aanvaarden, en uw werkgever kiest welk hij toepast.
- Het jaarforfait volgt het koninklijk besluit van 1965 en loopt telkens van 1 juli tot 30 juni. Voor de periode 2025-2026 bedroeg dat € 0,4449 per kilometer. Wie voor dit systeem kiest, moet het de hele periode aanhouden en mag niet tussentijds overschakelen.
- Het kwartaalforfait volgt het besluit van 2017 en wordt elke drie maanden herzien. Voor het derde kwartaal van 2026 bedraagt het € 0,4440.
De twee formules lijken sterk op elkaar maar zijn niet identiek, wat verklaart waarom de uitkomsten enkele tienduizendsten verschillen. Op tweeduizend kilometer per jaar scheelt dat nog geen twee euro.
Het bedrag volgt de werkelijke autokosten, niet de index
Dat is ongebruikelijk voor Belgische forfaits. De herziening kijkt naar brandstofprijzen, aankoopprijs en afschrijving, onderhoud, verzekering, verkeersbelasting en takelkosten. Daardoor kan het bedrag in principe ook dalen wanneer de brandstof goedkoper wordt.
Hoe gevoelig dat is, bleek in het voorjaar van 2026: door de gestegen brandstofprijzen voerde de overheid tijdelijk een maandelijkse indexering in. In april gold € 0,4571, in mei € 0,4841 en in juni € 0,5055. Vanaf juli is het weer een kwartaalritme.
Carpooling levert de bestuurder de helft extra op
Neemt u collega's mee, dan mag u als bestuurder uw vergoeding met vijftig procent verhogen. Bij het huidige kwartaalforfait komt dat neer op € 0,6660 per kilometer. De meereizende collega's hebben geen recht op een eigen vergoeding — logisch, want zij maken geen autokosten.
De fiets: uw werkgever móét betalen
Sinds 1 mei 2023 is een fietsvergoeding verplicht voor vrijwel elke werknemer in de privésector die met de fiets naar het werk komt. Cao nr. 164 van de Nationale Arbeidsraad is daarbij het vangnet: heeft uw sector een eigen regeling, dan geldt die, en anders valt u terug op cao 164.
Het basisbedrag daaruit steeg op 1 januari 2026 naar € 0,30 per kilometer, voor maximaal veertig kilometer heen en terug per dag. Fiscaal en sociaal blijft de vergoeding vrijgesteld tot € 0,37 per kilometer, met een jaarplafond van € 3.700 per werknemer. Betaalt uw werkgever meer, dan zijn op het surplus wel RSZ en bedrijfsvoorheffing verschuldigd.
U kunt niet onder die verplichting uit met het argument dat niemand erom vroeg. Achterstallige vergoedingen kunnen tot vijf jaar terug gevorderd worden.
Elektrische fietsen en speed pedelecs tellen mee
De regeling maakt geen onderscheid tussen een gewone fiets, een elektrische fiets of een speed pedelec. Alle drie geven recht op dezelfde vergoeding per afgelegde kilometer.
Veelgestelde vragen
Mag mijn werkgever minder betalen dan het forfait?
Voor dienstverplaatsingen met de auto wel: het forfait is een maximum dat de fiscus aanvaardt, geen verplicht minimum. Tenzij uw sector iets anders oplegt, mag uw werkgever een lager bedrag hanteren. Bij de fietsvergoeding ligt dat anders — daar is € 0,30 per kilometer wél een verplicht minimum via cao 164.
Wat als ik meer krijg dan het forfait?
Dan is het surplus belastbaar en onderworpen aan RSZ. Alleen het deel tot aan het forfait blijft vrijgesteld. Bij de fiets geldt daarnaast nog het jaarplafond van € 3.700: wat daarboven komt, is eveneens belastbaar.
Tel ik mijn woon-werkkilometers met de auto ook mee?
Nee, niet in deze berekening. Woon-werkverkeer met de auto valt onder een aparte regeling met eigen fiscale grenzen, die bovendien per sector verschilt. Deze tool rekent voor de auto enkel dienstverplaatsingen.
Hoe weet ik welk bedrag mijn sector hanteert?
Via uw paritair comité, terug te vinden op uw loonfiche. Uw sociaal secretariaat of vakbondsafgevaardigde kan u het exacte bedrag geven. Vindt u niets, dan valt u terug op de federale forfaits die hierboven staan.