Geld & belastingen
BTW berekenen
Reken een bedrag om van exclusief naar inclusief BTW, of andersom — aan 21, 12 of 6 procent. Twijfelt u of u als kleine onderneming BTW-vrijgesteld bent, scroll dan naar de tweede rekentool hieronder.
Wat vult u in
Bedrag inclusief BTW
—
Vrijstelling voor kleine ondernemingen
Blijft uw jaaromzet onder de drempel, dan hoeft u geen BTW aan te rekenen — en kunt u ook geen BTW recupereren.
Bepaalde inkomsten tellen niet mee voor deze drempel, zoals de verkoop van bedrijfsmiddelen. Reken bij twijfel met uw volledige omzet.
Status
—
Hoe u zelf rekent
De formules zijn eenvoudig, maar mensen draaien ze vaak om. Van exclusief naar inclusief vermenigvuldigt u met het tarief; van inclusief naar exclusief deelt u niet door het tarief zelf, maar door honderd plus het tarief.
- Exclusief naar inclusief: bedrag × (1 + tarief ÷ 100). Op € 100 met 21 % BTW: 100 × 1,21 = € 121.
- Inclusief naar exclusief: bedrag ÷ (1 + tarief ÷ 100). Op € 121 met 21 % BTW: 121 ÷ 1,21 = € 100.
- Enkel het BTW-bedrag, vanaf inclusief: bedrag × tarief ÷ (100 + tarief). Op € 121 met 21 % BTW: 121 × 21 ÷ 121 = € 21.
Die laatste formule is waar de meeste rekenfouten ontstaan. Twintig procent van 121 is geen 24,20 maar 21 — want de 121 bevat de BTW al. Vandaar de andere breuk.
Welk tarief voor wat
| Tarief | Voor |
|---|---|
| 21 % | Het standaardtarief. Van toepassing tenzij een lager tarief expliciet geldt. |
| 12 % | Onder meer horecadiensten, margarine, sociale huisvesting, steenkool. |
| 6 % | Onder meer voeding, water, boeken en kranten, geneesmiddelen, en renovatie van woningen ouder dan tien jaar. |
| 0 % | Vrijgestelde diensten zoals bepaalde medische en onderwijsdiensten, en de kleine-ondernemersregeling hieronder. |
De drempel van 25.000 euro
Blijft uw jaaromzet onder € 25.000 exclusief BTW, dan kunt u kiezen voor de vrijstellingsregeling: u rekent geen BTW aan op uw facturen, maar u kunt ook geen BTW op uw eigen aankopen recupereren. Dat is voordelig als uw klanten vooral particulieren zijn, die toch geen BTW kunnen aftrekken. Verkoopt u vooral aan andere ondernemingen, dan is het vaak net voordeliger om wél BTW-plichtig te zijn.
Overschrijdt u de drempel met niet meer dan tien procent — dus tot € 27.500 — dan mag u de vrijstelling dat kalenderjaar nog uitdoen, maar moet u vanaf 1 januari daarna overstappen naar de normale regeling. Komt u boven € 27.500, dan bent u onmiddellijk BTW-plichtig vanaf de verrichting die de drempel overschrijdt, en blijft dat ook het volgende jaar zo. Terugkeren naar de vrijstelling kan ten vroegste na een volledig kalenderjaar onder de nieuwe regeling.
Startte u pas tijdens het jaar, dan wordt de drempel van € 25.000 verhoudingsgewijs verlaagd naar het aantal dagen dat u al actief was.
Veelgestelde vragen
Waarom is 21 % van een inclusief-bedrag niet gewoon bedrag × 0,21?
Omdat het bedrag inclusief BTW al 121 % van het exclusieve bedrag voorstelt, niet 100 %. U moet dus eerst terugrekenen naar het exclusieve bedrag, of de kortere formule gebruiken: bedrag × tarief ÷ (100 + tarief).
Geldt de drempel van 25.000 euro voor elke rechtsvorm?
Ja, de juridische vorm van uw onderneming maakt niet uit — eenmanszaak, BV, VOF of vzw kunnen allemaal van de regeling gebruikmaken zolang de omzet onder de drempel blijft. Bepaalde activiteiten zijn wel uitgesloten van de regeling, ongeacht de omzet.
Moet ik de vrijstelling aanvragen, of gebeurt dat automatisch?
U moet ze zelf aanvragen bij uw btw-controlekantoor, en u kunt er ook voor kiezen om niet te opteren voor de vrijstelling, ook als uw omzet eronder blijft. Dat kan voordelig zijn als u vooral BTW-plichtige klanten hebt en zelf veel BTW op aankopen wilt recupereren.
Telt alle omzet mee voor de drempel?
Niet alles. Bepaalde verrichtingen, zoals de verkoop van bedrijfsmiddelen, tellen niet mee. Bij een gemengde activiteit kan de berekening genuanceerder zijn dan een eenvoudige jaaromzet. Raadpleeg bij twijfel een boekhouder.